23 januari 2018

Tja. Daar zit ik dan, in de aula van de basisschool van Rens, met mijn laptoppie voor me. 

Ik zit hier omdat Rens het erg lastig vindt om ons los te laten bij het afscheid op school. Tjeemig de peemig. Dat is niet niks, in het gedruis van mensen die hun kinderen naar school brengen gewoon maar in de aula je laptop openklappen, zodat Rens het tussen zijn oren krijgt dat hij gewoon naar school moet en dat papa en mama niet van de aardbodem verdwenen zijn zodra wij uit het zicht zijn. Dat wij er gewoon nog zijn. Thuis. En dat we hem gewoon komen ophalen na school. 

'Gewoon'. Wat is gewoon voor zo'n ventje dat zijn broertje heeft moeten loslaten. Die is er nu namelijk gewoon niet meer. En die komt inderdaad niet meer terug. Wij wel. De kinderpsychologe waar we een poosje geleden contact mee hadden zei het heel droog. 'Het thema afscheid is levensgroot bij jullie'. En 'Rens vertoont normaal gedrag in een abnormale situatie'. (...) Ik neem het Rens niet kwalijk, maar om de weg te vinden om hier goed (lees: zonder ruzie of Oxazepam) mee om te gaan, dat is echt killing.

Dus. Daar zit ik nu. Aan een lange tafel in het warme vriendelijke schooltje van Rens. Rechts van mij zitten twee kids die samen een beetje rekenwerk aan het doen zijn. 'Volgens mij is het zeven of acht procent. Ik schrijf gewoon 7 op. Of is het 8?' Ze besluiten terug te gaan naar de klas om uitleg te vragen.

Even later hebben twee vriendinnetjes van Siem pauze en komen automatisch mijn kant opgelopen. Op het moment dat ik op kijk, kijken ze elkaar aan. 'Hee, waarom lopen we nu deze kant op? We moeten daar naartoe. En weg zijn ze weer. Prachtig. Ik wilde ze eigenlijk nog de liedjes laten horen die Siem eens heeft ingezongen op mijn telefoon. Misschien de volgende keer.

Rens heeft al twee keer hier aan de tafel gestaan. Daarnet heb ik met hem afgesproken dat hij na de pauze naar huis mag. Mijn concentratie is op en ik snap de sommen niet. Ik geloof hem. Ik zit hier ook maar te tele-re-integreren met mijn 2x2 uur schema'tje. Hoe kunnen we dan van hem vragen dat hij hele ochtenden zijn koppie er bij kan houden? Kan dat wel? Of manipuleert hij de boel tot we een ons wegen? Dat is echt lastig inschatten. Zijn NEE is in ieder geval luid en duidelijk. Is dat een grens die hij niet over kan op dit moment? Moet hij die wel over kunnen nu? Duwen we hem er over of laten we hem er zelf over heen stappen? Maar... hoe dan? Tot nu toe klooien we maar wat aan in de hoop iets te vinden dat werkt. Helaas werkt dat klooien niet of averechts. Het is tijd dat we een lijn vinden die werkt, want dit kunnen wij er niet bij hebben nu. Donderdag hebben we overleg op school, met de rouwtherapeute erbij. Zij heeft al vaker met dit bijltje gehakt, dus ik heb goede hoop dat we een stapje verder komen.

In de tussentijd zit ik hier en krijg ik als buitenstaander weer wat mee van het schoolleven. Grappig hoor. Ik kijk naar vriendjes van Siem die even zwaaien op weg naar de WC en naar een jongetje dat zich verstopt achter de gordijnen van het toneel. Ik glimlach naar een docente die even later de klas uit komt en onder de WC deuren door kijkt. Nee, daar zit hij niet...

Daar komt de IB-er en Rens zijn docente. Na een gesprekje met hen is me duidelijk dat mijn beslissing Rens zo mee naar huis te nemen okee is voor nu. Morgen proberen we het weer op deze manier. En we moeten toe naar een situatie die onder controle is.

Rens komt nu ineens lachend binnenlopen. Ik ben blij dat hij blij is. Hij is verstoppertje aan het doen op het schoolplein. Dat kwam hij even vertellen. Twee minuten later staat hij er weer. We gaan zo naar huis kerel, ik vind dat je het goed hebt gedaan vandaag.