Als ik dood ben in de winter, word ik woedend!

15 juni

Ontbijt, 25 graden buiten vandaag. 

Raar gesprek, maar wel mooi.


Rens: 'Is het koud in IJsland?'

- 'Ja Rens, in IJsland is het behoorlijk koud.'

'Hoe koud is het daar nu?'

- 'Zo te zien 4 graden.'

(denkdenk)

'Denken jullie dat Siem nog leeft in de winter?'

Monique: 'We hopen van wel Rens!'

Siem: 'Als ik dood ben in de winter, word ik echt woedend!'

Monique: 'Dat snappen we Siem!'

(au au au au! Hoeveel beseft hij zich nu werkelijk?)

- 'Wat wil jij nog graag doen voor je dood gaat Siem?'

Dit broodje eten papa.'

...


Na het wassen en aankleden boven heeft Rens de nodige tijd gehad om zijn plan een stapje verder te brengen:

Rens: Siem, ik weet wat jij nog graag wil voordat je dood bent! Naar het Efteling hotel!

Siem: Jaaaaaaaa!

We gaan het zien. Het fijne is dat we blij zijn dat Rens zo veel praat over Siem zijn ziekte en dood de laatste tijd. Hoe fijn! Zelf nemen we het woord eigenlijk alleen in de mond als Rens het doet, vooral omdat het goed is voor hen als we er gewoon over (mee?)praten. Wie geeft er nu het goede voorbeeld aan wie? We proberen ons zo veel mogelijk door de kinderen te laten leiden. En soms moet je gewoon ook keihard zijn en er zelf over beginnen, omdat het moment er naar is. Het ontbijt is dan altijd wel een goed moment merk ik. Even in rust met zijn vieren aan tafel de dag beginnen.